Heupfractuur

Bij een heupfractuur is het bot van het dijbeen gebroken in de buurt van het heupgewricht. Meestal moeten deze letsels geopereerd worden. Het type van chirurgie hangt vooral af van de locatie van de breuk.

Oorzaak

Heupfracturen worden meestal veroorzaakt door een val of een directe klap op de zijkant van de heup, zoals bij een verkeersongeval. De breuk komt vaak voor bij oudere vrouwen omdat deze dikwijls osteoporose of botontkalking hebben.

Diagnose

Wanneer er een breuk is van de heup is er vaak veel pijn. De patiënt kan meestal niet meer steunen. Het been ligt naar buiten gedraaid en is soms verkort. Na een onderzoek door de arts zal er een foto genomen worden om de diagnose te bevestigen. Bij twijfel of zeer complexe breuken kan er een bijkomende scan worden gevraagd.

Soorten breuken

Er zijn drie soorten breuken van de heup. Het soort fractuur hangt af van waar de breuk gelegen is.

Intracapsulaire fracturen bevinden zich op het niveau van de nek en de kop van het dijbeen.

Bij intertrochantere fracturen vindt de breuk plaats tussen grote en kleine trochanter van de heup. Dit zijn twee uitstulpingen aan het dijbeen.

Subtrochantere fracturen bevinden zich onder deze trochanters. Ze zijn minder frequent.

Behandeling

Meestal moet een heupfractuur geopereerd worden. Dit zijn de meest voorkomende operaties:

Soms moet er een heupprothese geplaatst worden. Dit is vooral het geval bij verplaatste intracapsulaire fracturen. Bij deze fracturen is de bloedtoevoer naar de kop immers vaak beschadigd, waardoor zich een osteonecrose of avasculaire necrose zal ontwikkelen.

Bij dijbeenhalsfracturen die weinig of niet verplaatst zijn, kan men opteren om 3 schroeven te plaatsen in de hals. Dit geniet de voorkeur bij jonge patiënten om zo de eigen heupkop te kunnen bewaren.

Een dynamische heupschroef (DHS) is een systeem waarbij de fractuur gefixeerd wordt met een plaat en een schroef. Femurhalsfracturen en intertrochantere fracturen komen hiervoor in aanmerking.

Een heupnagel wordt gebruikt bij intertrochantere en subtrochantere fracturen.

Bij oudere patiënten dient nagekeken te worden of er botontkalking (osteoporose) aanwezig is. Dit gebeurt meestal via de huisarts. Als er inderdaad osteoporose is, moet deze ook behandeld worden om nieuwe breuken in de toekomst te voorkomen.

Om flebitis te voorkomen zal er gestart worden met spuitjes of pilletjes om het bloed te verdunnen. Meestal is dit noodzakelijk tot 4 à 6 weken na de breuk, afhankelijk van de gekozen ingreep.

Revalidatie

De revalidatie is sterk afhankelijk van het type fractuur en de gekozen operatie. De arts zal u meedelen of u al dan niet onmiddellijk mag steunen. Kinesitherapie is noodzakelijk.

Als u nog vragen heeft, kunt u die stellen aan Dr. Dujardin of Dr. De Neve tijdens de raadpleging. U kunt een afspraak maken via het secretariaat orthopedie op het telefoonnummer 051/334 700.

Afspraak maken