Kraakbeen letsels

Wanneer men spreekt over kraakbeen letsels, moet men onderscheid maken tussen geleidelijke slijtage van het kraakbeen (arthrose) en acute, plots ontstane kraakbeenletsels. Bij arthrose is er meestal een groot oppervlakte aan kraakbeen weggesleten, bij acute kraakbeenletsels kunnen dit kleine letsels zijn met voor de rest een normale knie.

Verloop

Het kraakbeen van het kniegewricht kan beschadigd worden door een ongeval of dergelijke. Wanneer de kraakbeenlaag plots beschadigd wordt, is dit meestal niet onmiddellijk pijnlijk. Dit komt omdat er in het kraakbeen zelf geen zenuwen aanwezig zijn. Het oneffen oppervlak kan wel irritatie en ontsteking van het gewricht veroorzaken, waardoor er toch pijn ontstaat. Als het letsel echter groot is en tot op het onderliggende bot reikt, kan de druk op dit bot te groot worden en dit kan een aanleiding zijn voor pijn.

Kraakbeenletsels kunnen pijn, zwelling, stijfheid en blokkage van de knie veroorzaken.

Letsels aan het kraakbeen worden opgedeeld in 4 groepen, naargelang de diepte van de beschadiging. Bij graad 1 is het kraakbeen wat verweekt, bij graad 2 is er oppervlakkige beschadiging, bij graad 3 is er diepe beschadiging, maar het onderliggende bot is nog bedekt. Bij graad 4 letsels ligt het onderliggende bot bloot. Graad 4 letsels noemen we ook wel eens ‘full thickness lesions”.

Kraakbeen is niet in staat om zichzelf te herstellen omdat er te weinig bloed en cellen in aanwezig zijn.
 

Diagnose

RX en MRI. Soms is het nodig om een kijkoperatie te doen om de diagnose te stellen. Er kan dan tijdens dezelfde operatie onmiddellijk behandeld worden.

Behandeling

Niet operatief

  • Gewichtsreductie
  • In beweging blijven binnen de pijngrens, eventueel onder begeleiding van een kinesist.
  • Een brace of steunverband kan de pijn verlichten. We maken een onderscheid tussen elastische braces, stevigere braces met baleinen en deze die het been naar binnen of naar buiten duwen om een bepaald deel van de knie te ontlasten (unloaderbrace).
  • Pijnstillers, in de eerste plaats vooral paracetamol (Dafalgan, Algostase).
  • Ontstekingsremmers (NSAID) zoals Ibuprofen en Diclofenac onderdrukken de ontsteking die gepaard gaat met een kraakbeenletsel. Deze kunnen echter slechts een korte periode genomen worden omdat ze bij langdurig gebruik aanleiding geven tot maagzweren, darmproblemen en een daling van de nierfunctie.
  • Kraakbeensupplementen zoals glucosamines (Donacom). De werking hiervan is omstreden, doch de laatste studies tonen aan dat er een positief effect is (doch gering).
  • Een knie infiltratie (inspuiting) kan de klachten onder controle brengen. Er kan gekozen worden voor een gel-inspuiting (hyaluronzuur – Ostenil) of het inspuiten van een lage dosis cortisone. De infiltraties gebeuren op de raadpleging. Het effect van de infiltratie op de pijn varieert sterk. De duur van beterschap varieert van enkele maanden tot jaren.


Operatief
 

Debridement

Met een debridement bedoelt men het opruimen van de knie. Er wordt een kijkoperatie uitgevoerd. Tijdens de operatie worden de losliggende stukjes kraakbeen verwijderd en wordt de knie grondig gespoeld. Hierdoor is er minder irritatie in de knie door losliggende deeltjes kraakbeen. Minder irritatie betekent ook minder pijn. Het gaat dus om een louter symptomatische behandeling. De beschadiging aan het kraakbeen blijft aanwezig, maar je hebt er minder last van.

Ice picking of microfracture

Als er graad 4 beschadiging (tot op het bot) is van het kraakbeen, kunnen we kleine gaatjes maken in het onderliggende bot. Door deze gaatjes komt er dan bloed met allerlei enzymen naar buiten. Hierdoor vormt zich in het defect een nieuw laagje kraakbeen. Dit kraakbeen is echter van mindere kwaliteit in vergelijking met het oude kraakbeen. Toch kan dit de klachten sterk doen verminderen.

OATS

OATS staat voor Osteochondral Autograft Transplant System en wordt ook wel eens mozaïkplastie genoemd. Het is een techniek waarbij één of meerdere cilindertjes bot met kraakbeen genomen worden op een plaats waar eigenlijk geen kraakbeen nodig is (niet gewichts dragende deel van de knie). Deze cilindertjes worden dan opnieuw ingeplant op de plaats waar het kraakbeen beschadigd is. We nemen dus eigenlijk kraakbeen en verplaatsen het. Deze techniek heeft als grote voordeel dat het uw eigen kraakbeen is dat we verplaatsen. Het nadeel is dat we het kraakbeen moeten nemen in een gezond deel van de knie. Alleen kleine defecten op specifieke plaatsen in de knie komen in aanmerking voor deze techniek.
 

ACI

ACI staat voor Autologe Chondrocyten Implantatie. Bij deze techniek wordt een klein beetje gezond kraakbeen uit de knie genomen. Dit gebeurt tijdens een kijkoperatie. Uit dit kraakbeen worden in het laboratorium nieuwe kraakbeencellen gekweekt op een speciale manier. Tijdens een tweede kijkoperatie worden de cellen terug in de knie gebracht, op de plaats van het defect. Deze techniek wordt nog volop bestudeerd en wordt nog niet routine gewijs uitgevoerd.
 

AMIC

AMIC staat voor Autologous Matrix Induced Chondrogenesis. Het is een techiek waarbij er eerst kleine gaatjes worden gemaakt in het bot (ice picking of microfracture) waarna dit alles bedekt wordt door een speciaal membraan. Dit membraan is een matrix waarop de nieuwe kraakbeen laag gevormd kan worden. Ook bij deze techniek is het nieuwe kraakbeen van mindere kwaliteit, maar voldoende om de klachten fors te verminderen. Deze techniek wordt vooral gebruikt bij letsels achteraan de knieschijf.
 

Revalidatie

De revalidatie is sterk afhankelijk van de gebruikte techniek, de lokalisatie van het letsel en de ernst van het letsel. Soms is het nodig om een tijdje niet op de knie te steunen. Op deze manier heeft het defect de tijd om zich te herstellen. Specifieke revalidatie schema’s kan u vinden onder de rubriek revalidatie schema’s.




Als u nog vragen heeft, kunt u die stellen aan Dr. Dujardin of Dr. De Neve tijdens de raadpleging. U kunt een afspraak maken via het secretariaat orthopedie op het telefoonnummer 051/334 700.

Afspraak maken