Wervelkolom

De wervelkolom of ruggengraat vormt de basis van het menselijke skelet. Het hoofd en de ledematen zijn allen eraan verbonden en het bepaalt onze houding en vorm van het lichaam. In vooraanzicht zijn de wervels mooi op elkaar gestapeld maar in zijaanzicht zien we een dubbele S-vorm. Zo kunnen we onszelf rechtop houden. De wervelkolom beschermt ook het ruggenmerg in het ruggenmergkanaal. Vanuit het ruggenmerg vertrekken alle zenuwen naar de ledematen. Wanneer een vervorming of breuk optreedt ter hoogte van de wervelkolom kan dit dus grote gevolgen hebben voor de functionaliteit van de getroffen zenuw(en).

Wervelkolom

Letsels

De menselijke ruggengraat of wervelkolom wordt gevormd door 33 wervels: 

  • 7 nekwervels (cervicaal deel C1-C7). De belangrijkste functie van de nek is om het hoofd te ondersteunen en het hoofd te kunnen bewegen. De nek vormt dan ook het meest beweeglijke deel van de wervelkolom. In zijaanzicht heeft de nek een holle vorm. De bouw van de eerste 2 wervels wijkt af van de rest van de nekwervels omdat ze ervoor zorgen dat je je hoofd in alle richtingen kan draaien. Nekklachten uiten zich vaak in pijn, tintelingen en/of krachtsverlies in de armen.
  • 12 borstwervels (thoracaal deel T1-T12). Elke borstwervel is verbonden met 2 ribben. Het thoracaal deel heeft een bolle vorm. Zo vormen ze samen met de ribben de borsthole, een stevig omhulsel waarin organen zoals het hart, de longen en de lever beschermd worden. Omdat dit zo een stevig geheel is, is de borst een minder beweeglijk gedeelte van de wervelkolom.
  • 5 lendewervels (lumbaal deel L1-L5). De lendewervels zijn de grootste wervels van de wervelkolom, ze moeten dan ook het gewicht dragen van het bovenlichaam. Het lumbale deel heeft een holle vorm. Onze wervelkolom is geëvolueerd vanuit de reptielen en zoogdieren. Een vis heeft bijvoorbeeld graten, zoogdieren hebben wervels. Daarom behoort de mens ook tot de groep van gewervelden (vertebraten). De mens is echter rechtop beginnen lopen. Dit veroorzaakt een holle onderrug. Dit is een ongunstige stand waardoor ze krachten moeten verwerken waar ze niet voor gemaakt zijn. Dit is de reden waarom veel mensen ooit in hun leven last krijgen van de onderrug.
  • Het heiligbeen (sacrum, 5 wervels S1-S5). De wervels vormen 1 geheel, ze zijn allemaal aan elkaar vastgegroeid, hierdoor hebben ze geen tussenwervelschijven. Het heiligbeen vormt samen met de 2 bekkenvleugels het bekken.
  • Het staartbeentje (coccyx). Dit is het uiteinde van de wervelkolom. Het heeft geen echte functie en is een overblijfsel van de staart. Het bestaat uit 4 kleine wervels die samengesmolten zijn.

Een wervel is opgebouwd uit een wervellichaam (corpus) met aan de achterzijde een gesloten ring (ruggenmergkanaal). Door de ring loopt het ruggenmerg. Tussen de wervels liggen er tussenwervelschijven (discus).  Deze werken als een schokdemper en zorgen ervoor dat kleine bewegingen tussen de wervels kunnen optreden. Een hernia ontstaat wanneer een deel van de discus in het ruggenmergkanaal uitpuilt en druk geeft op het ruggenmerg of één van de uittredende zenuwen. Ter hoogte van de onderrug geeft dit rugpijn, beenpijn, tintelingen in de benen of krachtsverlies in de benen. In zeldzame gevallen hebben mensen ook last van urine- of stoelgansproblemen. Dit is het cauda equina syndroom, dit is een urgentie en moet snel operatief behandeld worden.

Afspraak maken